Oranda-jin in Japan, Dag 8

Donderdag 21 maart, Yufuin

Meteen naar het recept

Ja hoor! Stralend heldere dag vandaag. Maar ja, wij vertrekken naar Yufuin. In de tourist/infoshop bij het station van Aso waar heel veel Japanners shopten koop ik twee bekers in Senseo-formaat met Kumamon erop, het zwarte beertje dat het symbool is van Kumamoto maar ook elders in Japan populair is. Een typisch Japanse combinatie van het grafisch sterke zwart-met-rode beertje en wansmakelijke ‘cottage-stijl’-rozen die hier en daar  lukraak zijn aangebracht. Er zijn ook kumamon-T-shirts, maar ik vraag me af of de Japanse XL even groot is als de Nederlandse Medium.

Vandaag reizen we niet met de trein, maar met de bus van Aso naar Yufuin. Met de trein is het een vreselijk omweg, vandaar. De busreis is comfortabel, en we hebben een aardig gesprek met een Nederlands meisje dat drie weken in haar eentje door Japan reist.

Bij een wat langere stop onderweg kopen we ijs van zwart sesamzaad. Gemengd met melk levert dat ijs met een muisgrijze kleur op. De smaak is nootachtig en niet overheersend. Een andere ‘exotische’ ijssmaak in Japan is groente-theeijs, maar dat zal niet verrassen na de groene-theechocolade. Een seizoensgebonden ijssmaak is sakura, kersebloesemijs.

Heb ik al geschreven over het kaartjessysteem in de Japanse bus? Er hangt een scherm met de nummers 1 t/m 50. Dat zijn de nummers van de haltes. Wij stappen in bij halte 15. Iedere halte dat de bus verder komt, verandert de prijs bij iedere halte. Bij het uitstappen betaal je het bedrag dat bij jouw halte staat. In ons geval 2300 yen per persoon.

Yufuin heb ik uitgekozen als logeerplaats omdat het minder touristisch is dan kustplaats Beppu die in de oorspronkelijke rondreis van het reisbureau is opgenomen. Nu is Yufuin, dat verder landinwaarts ligt, ook wel touristisch maar dan ‘chic’. Heel veel (ambachtelijke) winkeltjes en restaurantjes, en geen hoogbouw maar traditionele Japanse architectuur. We kunnen de koffers al afgeven bij de ryokan, maar inchecken is pas later op de dag, dus wij gaan heerlijk lunchen en winkeltjes kijken. Voor Hannie koop ik een (verjaardags)cadeau, en Eva ziet weer een knuffeltje, Totoro, dat op dit moment het bed met haar deelt. Totoro is een figuurtje uit een animatiefilm van Miyazaki die ook Spirited Away heeft gemaakt. Dat winkeltje staat vol met merchandise van Studio Ghibli, een Japanse Disney zullen we maar zeggen. En er is een winkelt met alleen maar stokjes en stokjesleggers. MOOI!!!!!!!!! En DUUR!!!!!!!! Maar ik koop toch één paar stokjes en één stokjeslegger. Eva ziet ergens anders een heel leuk horloge.

Yufu Ryotiku is verreweg de meest luxe ryokan waar we logeren. Het heeft acht kamers en vier hete baden (twee binnen en twee buiten). Er zijn in Yufuin meer heetwaterbronnen, en daar komen veel mensen op af. ‘s Middags zijn Eva en ik in zo’n onzen gegaan. Je hangt het bord op bezet, je gaat je eerst goed wassen en afspoelen, en dan zit je een tijdje lekker in dat hete water. Daarna gehuld in de yukata (badjas die in iedere ryokan voor je klaar ligt) weer terug naar de kamer, waar we thee zetten en even op de televisie naar sumo-worstelen kijken. Dat is, samen met honkbal, wat hier vooral aan sport wordt uitgezonden. In Nederland is het geen groot nieuws, maar hier worden we, als men hoort dat we uit Nederland komen, gefeliciteerd met de uitstekende prestaties van onze nationale honkbalploeg.

Het avondeten in deze ryokan is heel bijzonder, en werkelijk prachtig gepresenteerd. Ik maak van alle gerechten foto’s, weet vaak niet precies wat het is, maar ik kan jullie wel vertellen dat we iets heerlijks met kersebloesem eten. Verder rauwe kleine inktvisjes, een prachtige gegrilde ‘zwemmende’ vis, en chawan mushi, een zachte, gevulde eiercustard. Omdat Eva geen vlees eet, krijgt zij als voor-voorlaatste gang een donabe (pan) met onder andere kreeft erin, voor mij is er een gietijzeren pan met ‘chicken’. Een doe-het-zelfgerecht, waarvoor in vierkante uitsparing in het tafelblad een gasbrander wordt neergezet. De kreeft en vis van Eva hebben minder behoefte aan hitte, haar donabe staat op een rechaud met een gelbrandertje. Die nabe is overigens al de vijfde gang, als ik het goed heb geteld. Daarna volgt het klassieke trio rijst, misosoep (zie gisteren) en tsukemono (ingemaakte groenten), en een puddinkje als afsluiting. De rijst werd geserveerd in een kamameshi, een traditionele rijstkookpot met een houten deksel die vroeger op ronde uitsparingen in een gemetseld fornuis werd gezet, maar tegenwoordig ook boven een los kooktoestel kan worden gezet. De rijst was subtiel op smaak gebracht met glasaaltjes. Op de foto hieronder het voorgerecht, met in het blauwe glaasje ijskoude Umeshu, pruimenwijn. De inktvisjes zitten in het gele schaaltje met deksel, en het lepeltje links van de lakschaal is voor de chawan mushi die later wordt geserveerd.

We zijn nu halverwege, en tot nu toe is het een heerlijke reis. Ook Eva geniet ervan en zij maakt gelukkig ook veel nieuwe dingen mee. Ze heeft tijdens haar eerste halfjaar in Nagasaki niet alles gedaan.

Overigens: voor elke bezienswaardigheid die we bezoeken, zijn er meerdere waar we niet heen gaan, want een dag telt maar 24 uur. Zelfs al bekijken we maar een klein deel van Japan, daarvoor zijn twee weken te kort. We maken dus keuzes.

Itadakimasu

De in zout gegrilde vissen (shioyaki) zijn prachtig om te zien, alsof ze zó in tijdens het zwemmen zijn gestold. Een dag later krijgen we reuzelangoest die volgens hetzelfde principe is bereid. Ik denk dat de vis familie is van de spiering, maar dat weet ik niet zeker. Voor deze techniek is vooral magere witvis geschikt, zowel uit rivier als zee, maar ook wat vettere vis kan zo worden bereid. En schaaldieren, zoals je ziet.

Het recept voor shioyaki volgens Shizuo Tsuji in zijn prachtige kookboek Japanese Cooking, a Simple Art – Verse witvis wordt na het schoonmaken gezouten en daarna meteen geroosterd. Vette vis zoals makreel en sardines moeten na het zouten twintig tot dertig minuten op een rek liggen om vocht en vet eruit te trekken, en dan goed worden drooggedept.

De witvis wordt nog vóór het zouten aan spiezen geregen, op zo’n manier dat hij lijkt te zwemmen. Je begint aan de staartkant, en, heel belangrijk: de spies gaat aan dezelfde kant de vis uit als dat hij erin gaat. Zo blijft de kant die boven ligt bij het serveren ongeschonden. De huid wordt hier en daar ingeprikt om te voorkomen dat die barst tijdens het grillen, en staart en vinnen worden stevig in zout gepakt om te voorkomen dat ze verbranden. Je kunt staart en vinnen daarna nog in folie wikkelen.

De visspiezen worden boven een goed gloeiend houtskoolvuur gelegd, en maar één keer gekeerd bij het roosteren. Haal witvissen van het vuur voordat ze helemaal klaar zijn, door de resterende hitte garen de vissen nog na. Bij vette vis (makreel, sardine) moet de vis wel helemaal gaar zijn. Op de foto zie je als garnering ‘blozende gemberscheuten’. Ze worden gemarineerd in rijstazijn met suiker, het deel dat in de marinade staat wordt vanzelf roze na een paar uur. Ik heb het na één hapje laten staan, het was erg knapperig en voor mij te gemberig.

Tot morgen!

This entry was posted in Oranda-jin in Japan and tagged , . Bookmark the permalink.

One Response to Oranda-jin in Japan, Dag 8

  1. Pingback: Oranda-jin in Japan, Overzicht | Wel ende edelike spijse

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *