Oranda-jin in Japan, Dag 2

Vrijdag 15 maart, Seoul en Fukuoka

Is deze dag er wel? Voor mijn gevoel duurt vandaag niet langer dan ons verblijf in Seoul, een uurtje of vier. We vliegen met Korean Air, en dat betekent dat we op Incheon, het internationale vliegveld van Zuid-Korea vlak bij Seoul, overstappen. Gigaveel tassenwinkels, geurtjesshops en electronicazaken op het vliegveld, en een Hello Kitty kindercafeetje waar weinig kinderen te bekennen zijn, maar des te meer volwassen vrouwen die met Kitty op de foto gaan. Ik dus ook! Maar Eva niet.

Omhoog kijkend valt mijn oog op dit architectonische detail: traditionele beeldentaal in een modern jasje.

O ja, we hebben allebei ook nog een Koreaanse blokdruk gemaakt! Mijn houtblok heeft een populair Koreaans thema, een tijger en een ekster op een pijnboomtak. Rond nieuwjaar hangt een dergelijke afbeelding in veel huishoudens. De ekster brengt goed nieuws, de tijger verbeeldt kracht en macht, de pijnboom het nieuwe jaar. Deze pagina is helemaal aan dit genre gewijd, met diverse afbeeldingen. Vooral de tijgers zijn fantastisch!

Blokdrukken werden in het verre Oosten veel eerder gemaakt dan in het Westen. De oudste bekende blokdruk van Korea dateert uit de achtste eeuw, en de techniek is waarschijnlijk al zo’n tweeduizend jaar oud. Ter vergelijking: in Europa werden de eerste blokdrukken in de vijftiende eeuw gemaakt. Die oudst bewaard gebleven Koreaanse blokdruk werd op papier van de moerbijboom (daar wonen de zijderupsen in) gedrukt, en dat gebeurt ook hier. Het papier wordt nat gemaakt, overtollig vocht gedept met een ander vel papier waar je stevig op drukt, en dan ga je ‘tamponneren’ met een katoenen balletje gevuld met synthetische watten dat in oostindische inkt is gedoopt. Leuk idee op dat vliegveld, een cultureel/folkloristisch activiteitencentrum. Je kunt er ook Koreaanse poppen maken, maar dat neemt dan wel veel ruimte in beslag in de toch al overvolle handbagage. Toch maar niet dus. In vitrines liggen prachtige (en dure) kommen en andere objecten te koop. Heb er wat foto’s van gemaakt, en als ik nog geld over heb op de terugweg (niet dus…) ga ik er nog even kijken.

Na het sprongetje naar Fukuoka zijn Eva en ik wel aardig gaar. De exchange was al dicht (die sluit om acht uur, en raad eens hoe laat wij landden?). We nemen een taxi naar het hotel, gelukkig heeft Eva nog wat Yen. In het hotel hebben we een Westerse kamer, maar  dan wel met mijn eerste echte Japanse luxe-toilet! Het traditionele toilet is vergelijkbaar met oude Franse hurk-wc’s, maar de moderne Japanse wc is weer een stapje verder dan de moderne Westerse (later meer hierover). Een flink verwarmde toiletbril, ingebouwde afzuiging van ‘luchtjes’, en diverse sproeistanden die ik nog niet heb geprobeerd, ik ben gewoon onder de douche gegaan. Tijdens de tweede vliegtocht was er wel een lichte maaltijd, maar in één van de Convenience Stores die je om de honderd meter ziet (ook daarover later meer), kopen we toch een kleine bentodoos. Op de foto een voorbeeld van de originele Japanse geest: hotdogs op een stokje. Die liggen in de Convenience Store in de warmhoud-vitrine, ze kosten ongeveer €1,60 (en 305 kcal) per stuk.

Terug in de hotelkamer smullen we van de bento-gerechtjes en we drinken er geroosterde thee bij. Vroeg gaan slapen, de wekker staat op zeven uur. FYI dat is elf uur in de avond bij jullie (wintertijd, in de zomer is het tijdsverschil zeven uur).

Itadakimasu

Weer geen recept. Wel iets over een keukenapparaat dat in Japan anders is dan bij ons: de electrische waterkoker. Aangezien groene thee niet met kokend water mag worden gezet, kun je de koker op diverse temperaturen instellen, vanaf 60 tot 98 oC. Een luxe versie heeft ook een timer: je wordt wakker, en kunt meteen theewater tappen. Dankzij de isolatie van ketel en deksel blijft het water lange tijd op de juiste temperatuur. Het Japanse stroomnetwerk levert 110V, dus mocht je zo’n prachtige waterkoker willen importeren, dan moet je ook een 220>110-converter aanschaffen (paar tientjes). Dit model is van het merk Zojirushi, met een inhoud van drie liter.

De hoogste kwaliteit groene thee (groen poeder) wordt op de laagste temperatuur gezet. In ons hotel hadden we de keuze uit klassieke groene thee en Genmaicha, en die laatste vonden we erg lekker. De thee wordt gemaakt van Bancha of Sencha-blaadjes met bruine (ongepolijste) rijstkorrels die door roosteren gepofd zijn. De geroosterde thee heet ook wel popcornthee. Genmaicha zet je, anders dan groene thee, met kokend water. De kleur van de thee is geel. Oorspronkelijk was dit armeluisthee (de toegevoegde rijst maakte de thee goedkoper), maar tegenwoordig wordt Genmaicha door alle lagen van de bevolking gewaardeerd. Als je een beetje zoekt, kun je deze thee ook in Nederland kopen.

Tot morgen!

This entry was posted in Ingrediënten, Japan, Oranda-jin in Japan and tagged . Bookmark the permalink.

2 Responses to Oranda-jin in Japan, Dag 2

  1. Pingback: Oranda-jin in Japan, Overzicht | Wel ende edelike spijse

  2. Pingback: Oranda-jin in Japan, Dag 11 | Wel ende edelike spijse

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *