Oranda-jin in Japan, Dag 15

Donderdag 28 maart, de terugreis

Meteen naar het recept

Vandaag de laatste dag van mijn vacantie, die geheel aan reizen opgaat. De wekker staat op zes uur, want de vlucht vertrekt om negen uur. Half zeven zijn mijn dochter en ik beneden, voor een vloeibaar ontbijt. Geen whiskey, maar koffie en sinasappelsap en appelsap. Het buffet lijkt rustig, maar in de zaal zitten al diverse mensen die ook een vlucht moeten halen. Eva gaat mee naar het vliegveld, en dan met de bus (goedkoper dan de trein) naar Nagasaki. Daar zal ze het tweede semester van haar studiejaar in Nagasaki gaan volgen. Overigens is 1 april voor het Japanse onderwijssysteem het begin van het schooljaar.

De taxi zet ons precies om zeven uur af bij het vliegveld. Mooi op tijd voor het inchecken. Het blijkt zelfs héél op tijd, want vlucht KE 746 van negen uur naar Seoul gaat helemaal niet. Er vertrekt wel een vlucht om half elf, en als het inchecken daarvoor om kwart over acht begint, blijkt gelukkig dat ik blijkbaar deze vlucht heb. En de paraplu meenemen is geen probleem! (Op de foto de plu in Kortenhoef, met blije kat. Het regende niet, maar toch…)

Na het inchecken zit ik met Eva nog in een restaurantje. Eva heeft het moeilijk, en dat begrijp ik wel. Bij mij komen de tranen pas bij de paspoortcontrole. Ik weet dat als het moment van afscheid achter de rug is, Eva zich beter zal voelen.

Nu zit ik in het vliegtuig voor de eerste, korte etappe. Een voordeel van die latere vlucht is dat ik om te beginnen extra tijd had met Eva, maar ook dat de wachttijd in Seoul korter is. Zo zie je maar weer, iedere wolk heeft een gouden randje.

Op de lange vlucht naar Schiphol, die geheel bij daglicht is omdat we met de zon mee vliegen, brengen we toch zeker acht uur in het duister door. Ik heb helemaal geen zin om te slapen, en gelukkig heeft het Koreaanse meisje naast me er geen bezwaar tegen als ik mijn lampje aan houd. Tijdens de vlucht bekijk ik drie speelfilms, waarvan ik er één anders nooit had bekeken, het laatste deel van Twilight, Breaking Dawn Part 2. Zó slecht dat het eigenlijk wel weer leuk werd. Echt leuk, en interessant, was een documentaire over de Koreaanse keuken. Het thema: wildpluk in de lente. De eerste schuchtere groene scheuten van planten in de bergen en aan de kust worden liefdevol geoogst en bereid als salade, ingemaakt, of verwerkt in stoofschotels. Stomstomstom, ik heb niets opgeschreven. Op Youtube staat een andere documentaire over hetzelfde onderwerp. Let vooral op de onder- en neventiteling in zestien (!) talen. Onder de video staat een recept voor een spring salad overzichtelijk in het Engels. In de documentaire in het vliegtuig valt het me op dat het snijden van de ingrediënten en het bereiden van de gerechten op de grond gebeurt. Er is wel een aanrecht, maar dat doet vooral dienst als voorraadplank.

Voor de hoofdmaaltijd kan ik kiezen tussen Westers en Koreaans. Koreaans dus. Het gerecht heeft een prachtige naam: Bibimbap.Ik krijg er een gebruiksaanwijzing bij, want anders had ik op z’n Japans alle ingrediënten apart gegeten. letterlijk betekent bibimbap ‘gemengde rijst’. En dat is de bedoeling: je mengt vlees, groenten en gochujang (Koreaanse pasta van rode pepers) met sesamolie en rijst, en je kunt het zowel warm als op kamertemperatuur eten. Je eet het met soep (ik kreeg zeewiersoep) en wat ingelegde groenten als bijgerechten.

Het was een hele bijzondere reis, des te meer omdat ik hem samen met mijn dochter heb gemaakt. Het was fijn om met haar door ‘haar Japan’ te trekken, en ik heb heel veel goede herinneringen. Eva heeft ook genoten. Nu voor haar nog de laatste maanden in Nagasaki, en dan komt ook zij weer naar huis. Daar kijk ik nu al naar uit!

Mashikeh-mogoseyo

Natuurlijk volgt nu het recept voor Bibimbap. Hoewel, ‘het’ recept… Er bestaan heel veel versies van, zoals dat bij nationale gerechten wel vaker is. Er zijn regionale en persoonlijke varianten, en het wordt ook bereid met restjes. Maar hoe gevarieerd de ingrediënten ook zijn, bij alle versies hoort de eter zelf aan tafel de diverse componenten door de rijst te mengen.

Je hebt nodig: gare rijst, een vis- of vleesgerecht, een groentegerecht, eventueel een rauw of gepocheerd ei, gochujang en sesamolie. Gochujang is pasta met rode peper, maar het is niet hetzelfde als sambal. Naast pepertjes bevat de pasta ook kleefrijst, gefermenteerde sojabonen en zout, en dat rijpt samen dan nog een tijdje.

In het boek van Hi Soo Shin Hepinstall, Growing up in a Korean Kitchen, staat dat Pibimbap (zoals het hier wordt gespeld) een typisch lunchgerecht is en heel eenvoudig tot zeer elegant kan zijn. Hij geeft zijn versie, die ik hieronder parafraseer. De deelgerechten moeten twee tot drie uur voor het eten worden bereid. Voor 4 tot 6 personen

Vlees met paddestoelen –  Neem 350 gram kogelbiefstuk in dunne plakjes en 50 gram gedroogde shii-take die na het weken ook in plakjes worden gesneden (verwijder eerst de steeltjes). Doe in aparte kommen, en verdeel hierover een marinade van 4 eetlepels sojasaus, 2 eetlepels Koreaanse rijstwijn (cheongju, te vervangen door droge vermouth), 2 eetlepels suiker, 2 eetlepels sesamolie (de Aziatische donkere, van geroosterd sesamzaad), 2 eetlepels geroosterd sesamzaad, 2 gehakte tenen knoflook en het witte en bleekgroene deel van 3 bosuitjes, plus snufjes zout en peper. Schep goed om.

Bak het rundvlees snel bruin in een wok of koekepan, in wat neutrale olie. Haal het vlees eruit en bak in dezelfde olie de shii-take totdat ze al het vocht hebben opgenomen. Laat rundvlees en shii-take in aparte kommen afgedekt afkoelen en bewaar in de koelkast.

Courgette en komkommer met rode peper – Snijd 350 gram courgette of een ander lid van de Cucurbita pepo familie (maar wel met groen vruchtvlees) in smalle repen (‘thin matchsticks’ zegt het kookboek), doe hetzelfde met 350 gram komkommer. Bestrooi iedere vruchtgroente apart met wat zout, laat tien minuten staan en knijp dan zo veel mogelijk vocht eruit.Maak een verse, hete rode peper (jalapeño bijvoorbeeld) schoon, haal de zaadjes eruit en snijd in reepjes.

Bak in een schone wok of koekepan eerst de courgette en dan de komkommer twee minuten. Bak vervolgens in dezelfde pan de rode peper totdat hij net zacht begint te worden, de kleur moet helderrood blijven. Zet courgette, komkommer en rode peper afgedekt in de koelkast.

Taugeh en spinazie – Maak een sausje van 1 eetlepel sojasaus, 3 eetlepels sesamolie, 3 eetlepels geroosterd sesamzaad, het in ringetjes gesneden groen van 3 bosuitjes, 3 gehakte knoflooktenen en peper en zout naar smaak.

Zet 350 gram taugeh op met een kwart liter koud water. Doe een deksel op de pan, en breng aan de kook, laat drie minuten doorkoken zonder de deksel te verwijderen. Laat daarna uitlekken, spoel niet na. Meng de helft van de saus door de taugeh.

Breng 1 liter water aan de kook met 1 eetlepel azijn en een snuf zout. Blancheer hierin de spinazie tien seconden. Dompel de blaadjes dan in ijswater en knijp ze vervolgens goed uit. Meng hier de rest van de saus door. Zet spinazie en taugeh afgedekt in de koelkast.

Afmaken – Haal alle gerechten uit de koelkast zodat ze op kamertemperatuur komen. Kook vervolgens de rijst. Zet alles op tafel, met de rodepeperpasta en extra sesamolie. Iedereen pakt van de gerechten en legt alles in zijn of haar kom. Goed mengen, en dan lekker eten.

Zo. Dit was het.

This entry was posted in Ingrediënten, Oranda-jin in Japan and tagged , , . Bookmark the permalink.

One Response to Oranda-jin in Japan, Dag 15

  1. Pingback: Oranda-jin in Japan, Overzicht | Wel ende edelike spijse

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *