Appelschijfjes van Aaltje, revisited.

Onderstaande is een repost van de oorspronkelijke versie van vorig jaar (23 augustus om precies te zijn) op mijn voormalige Volkskrantblog dat inmiddels offline is (zoals alle VKblogs).

Het waait hard, het regent, en ik ben al uren bezig met het doorkijken van een kookboek.
Daar krijg je trek van.
Het betreffende kookboek is de eerste druk uit 1803 van Aaltje, de volmaakte en zuinige keukenmeid. Dus, hieronder een héél eenvoudig receptje uit dit kookboek. Met foto.

Het recept:
Gebakken appelen.

Schilt groote Bellefleuren, en snyd ze daarnaa in schyfjens, of ook kan men ze wel half doorsnyden; wentelt ze voords in tarwe-meel en suiker, en bakt ze in boter gaar.

Zo simpel, daar hoef ik niet een moderne bewerking voor te maken. Maar ik zal toch even schrijven wat ik heb gedaan: één appel in halve schijfjes, ruim een halve centimeter dik, twee eetlepels bloem gemengd met twee eetlepels suiker, 20 gram boter in een pan gesmolten. Schijfjes door bloem/suiker gehaald, en op redelijk hoog vuur gebakken, drie tot vier minuten per kant.

Het resultaat: lekker krokante appelplakjes. Toepassingen: bijvoorbeeld met kaneelroomijs, of bij karbonades, kalfslever of bloedworst, als garnering bij gevulde gans (kalkoen doe ik niet aan), of zelfs bij vla. Vla, daar ga ik het binnenkort nog eens over hebben, overigens. (Dat werd pas eind oktober 2011, zie deze historische en moderne vlarecepten)

Over de Bellefleur-appel: er zijn verschillende appelrassen met die naam. De kleur is in elk geval rood. Over de smaak kan ik geen uitspraak doen (de smaakomschrijvingen bij de Bellefleur-appels verschillen), maar ik zou in ieder geval géén zoete appel nemen, dat wordt wel erg wee met de suiker erbij.

Het bord is Maastrichts boerenbont, vanochtend gekregen van een goede vriendin. Het is meteen ingewijd.

This entry was posted in Historische recepten, Volkskrant and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *