Oranda-jin in Japan, Dag 10

Zaterdag 23 maart, Hagi

Meteen naar het recept

Weer een overvloedig ontbijt, waar vooral Eva niet zo heel veel trek in heeft. Het eten is niet machtig, maar wel veel. Wéér een hele gebakken vis. Ik kan jullie vertellen dat zoiets met stokjes eten niet makkelijk is! Bij de vis ligt een bergje natto, gelukkig waarschuwt Eva me net op tijd. Een ander gerecht was gefrituurde tofu, het recept daarvoor staat onderaan.

Een van de mensen van de ryokan brengt ons naar het station. Vandaag maken we de langste treinreis van deze vacantie, en verlaten we Kyushu. We steken over naar Honshu, het grootste eiland van Japan waar ook Tokyo en Kyoto liggen. Vier keer overstappen, en met de overstaptijden erbij zijn we zes uur onderweg. We rijden langs Beppu, en zijn blij dat we dat niet in onze reis hebben opgenomen! Beppu ziet er vooral uit als een grote stad, heel anders dan het vriendelijke kleinschalige Yufuin, ook al zijn hier ook allerlei aantrekkelijke onsen en restaurants.

Een deel van de reis (van Kokura naar Asa) gaat in de shinkansen, de racetrein. Dat is rond lunchtijd, dus we kopen weer een bento op het station van Kokura. Een van de gerechtjes in de bento bestaat uit gezoete groene erwten, die als dessert zijn bedoeld. Ze zijn groot en vers, ouder dan doperwtjes dus ‘meliger’, sommige erwten vertonen een kiem. Ik zal ze deze reis nog vaker zien in bentoboxen.

We gaan naar Hagi, een plaatsje op West-Honshu aan de Japanse Zee (volgens Korea de Oostzee en volgens Noord-Korea  Oostzee van Korea), dus we stappen uit bij station Hagi. Blijken we station Higashi-Hagi ofwel Hagi-Oost te moeten hebben, dat stond ook in de reisbeschrijving van het reisbureau. Beter lezen! De volgende trein komt over TWEE uur, dus we nemen een taxi naar de ryokan. Deze ryokan, Haginoya, is veruit de minste accomodatie. Nogal wat achterstallig onderhoud, en een weinig toeschietelijke gastvrouw. Onze kamer (weer acht tatami, maar nu in langwerpige vorm) is koelkastkoud. Wil je verwarming, dan moet je muntjes in een automaat stoppen. Doe ik natuurlijk, en Eva heeft het zó koud dat ze de temperatuur op 28 graden zet. De kamer heeft wel iets wat we nog niet eerder zagen, een kotatsu, een electrisch tafelkleed. Je zit op een kussen op de grond aan de lage tafel, je legt dat dekendikke kleed over je benen, en steekt de stekker in het stopcontact. Lekker warm!

Het is vier uur als we aankomen, dus we maken nog een wandeling door Hagi. Een flinke wandeling, pas half zeven zijn we terug. Het contrast met Yufuin is groot. Niet alleen heeft het dorp een minder welvarende uitstraling, maar het is ook vrijwel uitgestorven. Behalve in een overdekte winkelstraat, waar een demonstratievoorstelling gaande is van yosakoi, een vecht/danssport met waaiers. Zou wel iets voor mijn nichtjes zijn! Heel sierlijk, en toch stoer.

We dwalen wat door de oude ‘castle town’, en bezoeken tot slot het Tenjuin kerkhof waar de warlord van het in de negentiende eeuw verwoeste kasteel ligt begraven, Terumoto Mori (1553-1625, de ‘stichter’ van Hiroshima), zijn vrouw wier naam niet wordt genoemd, en zijn dienaar Jirouzaemon Nagae die na de dood van zijn meester zelfmoord pleegde. Een prachtige plek, nog mooier omdat het er een beetje verwaarloosd bijligt.

Op de dwarsbalk van de torii, de toegangspoort van een in de negentiende eeuw verwoeste shinto tempel, liggen kiezels. Die zijn daar neergelegd om geluk af te smeken. Achter de graven ruist een bamboebos. Het is een oase van stilte.

Terugwandelend naar de ryokan lopen we langs de zee, en krijgen we een indruk van hoe het hier zal zijn als het seizoen echt begint, er zijn veel hotels en restaurants.

Het eten in de ryokan is beter dan de slaap-gelegenheid. Gelukkig minder schotels, want de ryokan in Yufuin was wel heel overdadig. Op de met tatami belegde vloer staat een lage, lange tafel. De enige andere gasten zijn een jong Japans stel. Ook hier staat de tv aan, dit keer een antieke beeldbuis, met bovenop Keizer- en Keizerinpoppetjes. Aan de muur hangt een grote poster van ‘camellia grove’, een bos van enorme camelliastruiken die tussen begin februari en de voorjaars-equinox op hun mooist zijn. De paden zijn dan bezaaid met afgevallen bloemblaadjes. Prachtig, maar te ver weg voor ons om te kunnen bezoeken, en de camellia’s zijn ook al bijna uitgebloeid.

Het opvallendste gerecht van deze maaltijd is een enorme zeeslak, wat voor soort precies weet ik niet, maar het was stevig en smakelijk vlees. De dame van de ryokan is misschien niet toeschietelijk, maar ze kan prima koken!

Itadakimasu

Tofu zou je vegetarische (verse) kaas kunnen noemen. Het wordt gemaakt van sojabonenmelk dat met een stremmingsmiddel verdikt en dan licht (Japans) of wat zwaarder (Chinees) wordt geperst. Je kunt bij ons tofu/tahoe in de supermarkt vinden, maar het kan lekkerder. Sommige toko’s maken hun eigen tofu, en je kunt het ook zelf maken. Het gaat ongeveer hetzelfde als kaas maken, alleen maakt de koe de melk voor je, maar voor tofu moet je zelf eerst sojamelk maken van gedroogde (of verse) sojabonen en water. Anders dan bij het maken van cocosmelk of amandelmelk, moet sojamelk een minuut of twintig koken om te voorkomen dat het eiwitafbrekende enzym trypsine zijn werk niet meer kan doen. Gekochte sojamelk bevat vaak ongewenste toevoegingen (zelfs al zijn die ‘natuurlijk’), waardoor je geen goede tofu krijgt. Probeer in ieder geval voor het onderstaande recept goede tofu te vinden, en als het kan een zachtere variant, ook al maakt dat het frituren iets moeilijker.

Agedashi-dofu (gefrituurde tofu)

Dit gerecht krijgen we bij het ontbijt. Het wordt, zoals alle gefrituurde gerechten, warm geserveerd.

Voorbereiding. Voor vier personen neem je een half blok tofu. Snijd dat precies door midden, en leg de even hoge helften naast elkaar op een bamboe mat op een bord. Leg er een plankje op en zet daar een glas gevuld met water op, of een blikje bier of iets dergelijks. Laat een half uur staan en dep daarna goed droog. Snijd de stukken in twee repen of vier blokken (totaal dus vier repen of acht blokken).

Bereid ondertussen de saus voor: vermeng 2 deciliter dashi II (zie hier) met 2 eetlepels Japanse sojasaus en 2 eetlepels mirin in een steelpannetje. Als de tofu gefrituurd is, hoef je de saus alleen ng maar op te warmen.

Maak ook vast de garnering. Snijd van het groen van een bosui hele dunne ringetjes.  Rasp wat verse gemberwortel, en rasp ook wat verse daikon (Japanse witte reuzeradijs). Voor een mooi kleurtje kun je een uurtje eerder in een stuk geschilde daikon wat gaten prikken met een stokje en daar stukjes gedroogde peper (zonder pitjes) in stoppen. Als je de daikon raspt, krijg je mooie roze en pittige daikon. Je kunt ook wat mooie bonitovlokken als garnering gebruiken.

Bereiding. Strooi een laagje kuzu op een bord, en wentel daar de tufustukken door. Kuzu is zetmeel van de wortel van de Pueraria lobata, een woekerende plant. Je kunt in plaats van kuzu ook maïzena of aardappelzetmeel gebruiken.

Verhit neutrale olie in een frituurpan, frituurwok of kleine pan tot 180 grC. Frituur de tofustukken stuk voor stuk ongeveer zes minuten, ze moeten een mooi knapperig korstje krijgen. Laat ze uitlekken op keukenpapier.

Serveren. Leg één reep of twee blokken tofu in een mooie kom, en giet er wat saus langs of over. Leg bovenop de tofu kleine hoeveelheden van de garnering, en dien meteen op.

Tot morgen!

This entry was posted in Ingrediënten, Oranda-jin in Japan and tagged , , . Bookmark the permalink.

One Response to Oranda-jin in Japan, Dag 10

  1. Pingback: Oranda-jin in Japan, Overzicht | Wel ende edelike spijse

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *